Geflikt in Zwammerdam

Bert Vandersloot was dood. Er was geen twijfel aan. Zijn collega wijkagenten stonden om hem heen samen met een ploeg van de recherche. Bert wlag in eemn grote plas bloed. Hij was van de trap gegooid en in zijn nek geschoten. Wijkagent Humbert Walburg uit de Componistenbuurt in Alphen aan den Rijn voelde een rilling over zijn rug lopen. Hij was Berts beste vriend geweest en kon zijn tranen niet binnen houden. De collega’s mompelden woorden van woede. Hoe kon dit gebeuren? Een wijkagent, een politieman die goede contaten onderhield met de buurtbewoners om samen de omgeving veilig te houden? Bertstond in ‘zijn’ hele dorp, Zwammerdam, bekend als een vriendelijke man die vlot met andere mensen omging en vaak op de koffie werd gevraagd, soms moest hij ‘nee’ zeggen om het gezond te houden. Dan kwam hij op een andere dag bij dezelfde mensen langs voor een vrolijke koffiepaze. De Dammenaren, zoals de inwoners van het dorp zichzelf noemen,  vertrouwden hem haast meer dan zichzelf en kusjes kreeg hij ook, vooral van jonge moeders die blij waren dat er zo’n betrouwbare sterke man in de buurt was overdag. Het zou een grote en trieste begrafenis worden maar nog meer zou iedereen zich bezighouden met de vraag ‘waarom?’ Niemand snapte waarom zo’n geliefd mens was vermoord.

Politiemannen en vrouwen waren niet altijd aardig voor elkaar. Verdriet over Bert overheerste deze dagen maar Dinie Blind kon in de ogen van haar collega’s haast niks goed doen. Ze werd vaak uitgelachen , uitgejouwd zelfs, soms alleen maar vanwege haar achternaam. Politiemensen konden zo vervelend en kinderachtig zijn! Dinie was dan ook bezig met haar verzoek om overplaatsing toen de telefoon ging. Een intern belletje. Het was hoofdinspecteur Mark de Bakker! “Kan je even komen, Dinie?” Ze bromde iets bevestigends door de hoorn en legde haar pen op het papier waarop ze haar verzoek had geschreven. Ze aarzelde en treuzelde niet maar liep met snelle passen naar de kamer van de hoofdinspecteur. Ze kwam niemand tegen. “Allemaal buiten of aan het jammeren over Bert”, zei ze tegen zichzelf. Ze merkte bij zichzelf nu ook wel verdriet omdat Bert één van de heel weinigen was geweest die haar nooit hadden gepest. “Binnen!” riep de hoofdinspecteur toen ze klopte en met een zwaai deed ze de deur open. “U wilde mij spreken?” De Bakker knikte. “Ja zeker, ik wilde vragen of jij wijkagent wilt worden in Zwammerdam. We hebben iemand nodig die op korte termijn de taken van Bert kan overnemen.” “Wat houdt dat precies in, voor mij?” vroeg ze achterdochtig, haast vijandig. De hoofdinspecteur glimlachte. “Je krijgt meer verantwoordelijkheden en….je wordt bevorderd tot brigadier, na een tijdje.” Dinie hoorde vooral de laatste woorden. “Na een tijdje…” Ze beet op haar onderlip. “Mag ik er even over nadenken?” vroeg ze hakkelend. “U overvalt me nog al.” De Bakker kon een nieuwe glimlach niet onderdrukken. “Zeker, morgenochtend wil ik het weten.” “Dank u wel”, Dinie draaide zich meteen om en liep de kamer uit. Ze zag niet hoe De Bakker haar hoofdschuddend nakeek. Het was toch ook niet vreemd dat ze zoveel werd gepest!

Die avond zat Dinie alleen in huis of eigenlijk het huis van haar ouders. Die waren al een paar jaar geleden overleden en sindsdien had zij dit huis dat eigenlijk veel te groot voor waar was. Er hoorde op z’n minst een man bij maar wie wilde zich daarvoor lenen? Een vent die haar partner wilde zijn? Alle contacten met kerels liepen altijd stuk. Waarom? Ze porde wat met haar koperen pook in de open haard. En eigenlijk….het kon haar niet eens zoveel schelen maar echt goede vriendinnen hadze ook niet. Dat vond ze veel erger. Gewoon een hartsvriendin met wie je al je lol en leed kon delen. Vooral het leed. Een vent…ach ja…ze had het aan haar vader gezien en hoe haar moeder daarmee omging. Het stelde allemaal niet zoveel voor maar een goede vriendin, dat zou mooi zijn! Ze zuchtte en staarde in het vuur. En wat moest ze nu met het aanbod van haar baas? Niet een overplaatsing aanvragen maar gewoon doorgaan als wijkagent en zo, misschien wel,  brigadier worden? Pffff….was het allemaal nog wel de moeite waard en zou het gepest dan over zijn? De gedachten kwamen nu in sneltreinvaart bij haar binnen maar een oplossing vond ze niet. Ze zette nu het hek voor de open haard zodat er geen vonken meer uit konden komen. “Naar bed, naar bed”, fluisterde ze tegen zichzelf terwijl ze nog een glas rum inschonk. Een liedje dat zij goed kende, lalde ze nu tegen zichzelf: De één z’n dood is de ander z’n…hik!” Deze keer lachte ze zich slap, hief haar glas hoog op en brulde door huis:” Sorry Bert!”