Verlaten
Gekend heb ik er velen
Meer dan ik zou wensen
En het kan hen ook niet schelen
Al die vertrokken mensen
Verdwenen uit mijn leven
Zij hebben mij gegeven
Ieder naar eigen aard
Al wat ik heb bewaard.
Maar hier sta ik in stilte
De aarde laat een zucht
Van strak omlijste kilte
Een strakke, stijve lucht
De Oudshoornse begraafplek
Geen mens en ook geen hond
Verschijnt hier nog op dees stek
Waar men vroeger ieder vond
Voor een eeuwig afscheid
Een groet voor onbegrensde tijd
Stil, ingekeerd naast de kerk
En een rustend bloemenperk
Vier banken voor de poort
Uitziend op de Rijn
Grijs en onbevlekt zoals het hoort
Dit moet de wachtkamer welhaast zijn.
Twee banken op het veld geplaatst
Voor rustzoekers op het allerlaatst
Hier tonen zich welbewust vier zerken
Beschadigd en versleten
Al wat hier nog komt werken
Klein gedierte wil hier eten
Verder is hier oud gebeente ach en ween
Ook hier word ik niet herkend
Zelfs niet door de dood naar ik meen
Niets dat zich tot mij wendt.